Leestips

Leestips voor ouders om thuis te gaan lezen met de kinderen



Begin vanaf 0 jaar met voorlezen. Wanneer je kind geboren is kun je al een gratis lidmaatschap aanvragen bij de bibliotheek en meteen beginnen met voorlezen. Uit onderzoek op het gebied van lezen blijkt dat kinderen die van jongs af aan zijn voorgelezen, beter gemotiveerd zijn om te leren lezen. Ze blijken taalvaardiger te zijn, begrijpen teksten beter en hebben meer succes op school dan kinderen die niet of heel weinig zijn voorgelezen. Ook met uw dreumes of peuter kunt u al beginnen met plaatjes kijken en voorlezen. Er zijn prachtige prentenboeken.

Het is beter voor de leesontwikkeling iedere dag tien minuten samen te lezen of voor te lezen dan dat u één keer per week een uur hieraan besteedt. Dus maak met uw kind bij voorkeur dagelijks minimaal tien minuten vrij om rustig (voor) te lezen. Ook in de zomervakantie. Uit onderzoek blijkt dat de technische leesvaardigheid van de leerlingen in zomervakantie terugloopt. We noemen dit de 'zomerdip'

Geef het goede voorbeeld en lees zelf boeken! Als je zelf thuis nooit boeken leest, zal je kind ook geen boeken gaan lezen.

Ook kinderen die zelf kunnen lezen vinden het fijn om voorgelezen te worden. Bovendien oefent u hiermee de luistervaardigheden en woordenschat. Overigens hoeven dit niet alleen leesboeken te zijn. Informatieve teksten uit kranten of tijdschriften kunnen ook samen gelezen worden. Zo blijven kinderen geïnteresseerd in verschillende soorten leesbronnen. Praten met kinderen over een boek kan heel verrassend zijn. Wanneer een kind zijn ervaringen met een boek met anderen kan bespreken leidt het vaak ook tot nieuwe ideeën en inzichten, tot een beter begrip van het boek en een groter plezier in het lezen. Door bijvoorbeeld uw kind te vragen een voorspelling te doen over het verdere verloop van het verhaal of boek oefent u vaardigheden die te maken hebben met begrijpend lezen.

Om het leesniveau van een kind te meten en te toetsen wordt op scholen gebruik gemaakt van het AVI- systeem. Uitgevers van kinderboeken hanteren ook deze twaalf leesniveaus. Voor het aanschaffen en lenen van boeken kunt u ook gebruik maken van deze AVI-aanduidingen. Er zijn twaalf - in principe aan de leerjaren gekoppelde - AVI-niveaus. Zo geeft AVI-M3 het leesniveau aan van de gemiddelde leerling halverwege groep 3 (M = Medio) en AVI-E3 het leesniveau van de gemiddelde leerling eind groep 3 (E = Eind). Er zijn twee niveaus met een afwijkende aanduiding: AVI-Start voor beginners (gaat vooraf aan AVI - M3) en AVI-Plus dat aangeeft dat het leesniveau van de leerling hoger is dan het gemiddelde niveau van leerlingen aan het eind van groep 7 (volgt op AVI - E7). Daarnaast is het minstens zo belangrijk dat uw kind met plezier leest en geïnteresseerd is in het onderwerp. Laat uw kind daarom in een bibliotheek uitzoeken wat het zelf leuk vindt. Een boek waar een kind zin heeft, geeft de meeste kans op succes.

In de schoolbibliotheek 'Bibliebrink' zijn de boeken ook geordend op AVI-niveau. Dit is gedaan door de boeken te voorzien van een sticker aan de zijkant. Dit is gedaan tot E4 (eind groep 4). Daarna wordt er overgeschakeld op A, B of C of op categorie.
A = 6 - 8 jaar
B = 9 - 11 jaar
C = 12 - 15 jaar

Lees samen een boek en om de beurt een alinea. Heeft je kind moeite met lezen, wissel het voorlezen dan af door omstebeurt een alinea te lezen. Het is niet alleen heel gezellig maar ook heel leerzaam want je kind leest dan ook aan jou voor.
Laat niet zien welk boek je voorleest. Pak je voorleesboek in met pakpapier of een krant zodat je kind niet ziet welk boek het is en nieuwsgierig wordt.